Schriftsysteem
Het Oudengelse alfabet
Het Oudengels paste het Latijnse alfabet aan met letters zoals ash (æ), eth (ð), thorn (þ) en wynn (ƿ). Vroege teksten gebruikten ook Angelsaksische runen, terwijl moderne leeruitgaven vaak macrons en letters met punten toevoegen om klinkerlengte en uitspraak te verduidelijken.
A
a · /ɑ/
A met macron
ā · /ɑː/
Ash
æ · /æ/
Ash met macron
ǣ · /æː/
B
b · /b/
C
c · /k ~ tʃ/
D
d · /d/
Eth
ð · /θ ~ ð/
E
e · /e/
E met macron
ē · /eː/
F
f · /f ~ v/
G
g · /ɡ ~ j ~ ɣ/
H
h · /h ~ x ~ ç/
I
i · /i/
I met macron
ī · /iː/
L
l · /l/
M
m · /m/
N
n · /n/
O
o · /o/
O met macron
ō · /oː/
P
p · /p/
R
r · /r/
S
s · /s ~ z/
T
t · /t/
Thorn
þ · /θ ~ ð/
U
u · /u/
U met macron
ū · /uː/
Wynn
w · /w/
X
x · /ks/
Y
y · /y/
Y met macron
ȳ · /yː/
Tellen
Oudengelse getallen
Vergelijk genormaliseerde Romeinse cijfers met representatieve Oudengelse hoofdtelwoorden. Telwoorden kunnen variëren naar geslacht, naamval, dialect, handschrift en moderne uitgave.
Zo werkt het
Zo werkt de Oudengelse grammatica
Het Oudengels gebruikte verbuigingsuitgangen om de functie van een woord aan te geven. Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voornaamwoorden en werkwoorden veranderden daarom vaker van vorm dan in het moderne Engels.
Vier hoofdnaamvallen
Uitgangen voor nominatief, accusatief, genitief en datief tonen welke functie zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden in een zin hebben.
Grammaticaal geslacht
Zelfstandige naamwoorden behoren tot mannelijke, vrouwelijke of onzijdige klassen; bijbehorende woorden passen hun uitgangen aan.
Sterke en zwakke werkwoorden
Sterke werkwoorden veranderen vaak hun stamklinker, terwijl zwakke werkwoorden de verleden tijd meestal met een dentaal achtervoegsel vormen.
Ontdek een korte zin
Selecteer een woord uit een traditionele Oudengelse begroeting om de vorm en functie ervan te bekijken.
wes · zijn
Tweede persoon enkelvoud, imperatief van wesan, dat 'zijn' betekent.
“ Wes þū hāl ” — Het ga je goed.
Ontwikkeling
Van Angelsaksisch Engeland tot Middelengels
Volg het Oudengels van de vroege regionale varianten via de literaire West-Saksische traditie tot de veranderingen die na de Normandische verovering versnelden.
ca. 450–850 n.Chr.
Vroeg Oudengels
West-Germaanse varianten die Angelen, Saksen en Juten naar Brittannië brachten, ontwikkelden zich tot regionale Oudengelse dialecten. Vroege teksten gebruikten zowel runen als het aangepaste Latijnse alfabet.
ca. 850–1066 n.Chr.
Laat Oudengels
Het West-Saksisch werd prominent in overgeleverde literaire handschriften, terwijl Mercisch, Northumbrisch en Kentisch belangrijke regionale dialecten bleven.
ca. 1066–1150 n.Chr.
Overgang naar Middelengels
Na de Normandische verovering veranderden contact met het Frans en voortdurende interne ontwikkelingen de woordenschat, spelling en verbuiging, wat leidde tot Middelengelse varianten.
Vergelijking
Oudengels en modern Engels
Veel alledaagse Engelse woorden tonen nog steeds hun Oudengelse oorsprong, ondanks eeuwenlange veranderingen in klank en spelling.
Bronnen
Datums en vormen zijn beknopte leerreferenties. Spellingen variëren per handschrift, dialect en moderne uitgave.
- The Unicode Consortium, tabellen voor het Latijnse schrift
- Old English Online, taalcursus en geschiedenis
- Bosworth–Toller Angelsaksisch woordenboek
- Peter S. Baker, Introduction to Old English, 3e editie
